“Als je samen kunt zakken, kun je dan ook samen stijgen?” vroeg Anders Edenroth de zangers van het Real Group Festival tijdens zijn workshop All Ears. Een eigenaardig verzoek vonden de meesten, maar het prikkelt wel om uit te zoeken hoe je naar elkaar luistert terwijl je zingt. Elkaar horen of naar elkaar luisteren, dat blijkt een wereld van verschil. De kunst van samen zingen is om er meer van te maken dan alleen het samenvoegen van losse partijen.

Echt luisteren is een bijzondere state of mind. Het vergt betrokkenheid en oprechte aandacht. Kun je eigenlijk wel luisteren zonder je mond te houden? Met ogenschijnlijk simpele oefeningen verleidt Tijs Krammer zangers tot actief luisteren; hij opent je oren en ontsluit een nieuwe wereld. Geschikt voor groepen met en zonder dirigent en eenvoudig in te passen bij het inzingen.

Horen… dat doe je met je oren,
Luisteren… dat doe je met je hart

Quote

“Nog niet eerder verscheen er een boek voor koren dat zich toelegt op het luisteren. Een uniek boek dus! Tijs Krammer geeft in dit boek plezierige oefeningen om het luisteren bewust te maken en te ontwikkelen. Ze zijn volstrekt niet moeilijk, maar verlangen wel 100% concentratie.”

Jetse Bremer – dirigent van Fem@il, componist en veelgevraagd arrangeur

Opzet van het boek

In dit boek staan oefeningen voor je koor of je vocale groep. Je kunt de oefeningen het beste een plek geven bij het inzingen. Je kunt bijvoorbeeld elke keer aan het eind van het inzingen vijf minuten aandacht besteden aan Een en al oor. De eerste keer dat de zangers een oefening doen, kan het wat onwennig voelen. Laat de oefening daarom een paar keer terugkomen in achtereenvolgende repetities.

Het eerste hoofdstuk 1 (Een en al oor) gaat over waarom luisteren in een koor of vocale groep zo belangrijk is, wat de rol is van een dirigent in een koor, en hoe een vocale groep kan functioneren zonder dirigent.

Hoofdstuk 2 (Basisoefeningen) geeft een paar eenvoudige oefeningen, die als introductie gebruikt kunnen worden voor ‘Een en al oor’. In hoofdstuk 3 (Tempo afstremmen), hoofdstuk 4 (Volume afstemmen) en hoofdstuk 5 (Klankkleur afstemmen) staan specifieke oefeningen om te werken aan tempo, volume en klankkleur.

In hoofdstuk 6 (Om en om zingen) wordt een specifieke techniek uitgelegd die helpt bij het leren luisteren. Het idee hiervan is dat er twee groepen worden gevormd en dat die twee groepen om de beurt een paar noten zingen van een melodie. In hoofdstuk 7 (Nog meer om en om zingen) staan melodieën die gebruikt kunnen worden voor het om en om zingen.

Hoofdstuk 8 (Arpeggio’s) beschrijft een ander soort zeer uitdagende oefening, namelijk het zingen van gebroken akkoorden.

Hoofdstuk 3

In hoofdstuk drie staan oefeningen om specifiek te werken aan gelijkheid binnen het koor. Hier is een voorbeeld van één van de oefeningen. Kies een eenstemmig lied dat iedereen goed kent. Zing de melodie een paar keer achter elkaar in verschillende tempi. Zing de eerste keer iets sneller dan gewoonlijk, daarna nog iets sneller, daarna nog sneller, en zing de melodie tenslotte weer in het oorspronkelijke tempo. Doe dit zonder te dirigeren en zonder af te tellen. Het doel van de oefening is dat de zangers goed naar elkaar gaan luisteren om de tempi af te stemmen:

Hoofdstuk 4

In hoofdstuk vier staan oefeningen om te werken aan de balans in het koor. Hier is als voorbeeld één van de oefeningen. Kies een lied dat de zangers goed kennen. Laat de zangers samen het volume improviseren. De opdracht voor de zangers is om tijdens het improviseren de balans goed te bewaken:

Hoofdstuk 5

In hoofdstuk vijf staan oefeningen om te werken aan de afstemming van de klankkleur. Hier is als voorbeeld een zeer eenvoudige oefening. Neem een lied dat de zangers kennen. Wijs één persoon als als ‘voorzanger’. Die persoon zingt telkens een regel voor. De andere zangers zingen daarna dezelfde regel en proberen daarbij de kleur die werd voorgezongen zo goed mogelijk na te doen:

Hoofdstuk 6

In hoofdstuk zes wordt het ‘om en om zingen’ geïntroduceerd. Dit gaat als volgt. Kies een eenstemmig lied of oefening. De zangers worden gesplitst in twee groepen. De twee groepen gaan om beurten een aantal noten zingen van een melodie. Hier is een voorbeeld van het ‘om en om zingen’, namelijk een toonladder tot aan de none:

De opgave voor de zangers is om de klank van de twee groepen zo goed mogelijk bij elkaar aan te laten sluiten, zowel wat betreft volume als klank. De zangers moeten dus goed luisteren naar de andere zangers.

Hoofdstuk 7

In hoofdstuk zeven staan allerlei oefeningen voor het ‘om en om zingen’. Hier is daar een voorbeeld van. Het is een relatief eenvoudige melodie met kwintsprongen:
Als de zangers deze melodie kennen worden er twee groepen gevormd. Eerst gaan beide groepen om beurten één maat zingen van de oefening:
Daarna kunnen beide groepen ook om beurten één noot zingen:

Hoofdstuk 8

In hoofdstuk staan oefeningen met arpeggio’s, dat wil zeggen gebroken akkoorden. Hier is een oefening met verschuivende none-akkoorden:

Hoofdstuk 9

In hoofdstuk negen staat weer een hele andere type oefening, geschikt voor zangers die een behoorlijke kennis hebben van akkoorden. Hierin is het de bedoeling dat de zangers samenklanken gaan zingen, zonder dat er een grondtoon is gegeven.

Bijvoorbeeld, de zangers moeten een samenklank creëren van twee reine kwinten op elkaar:

of een samenklank van twee hele secundes op elkaar:

Hoofdstuk 10

In hoofdstuk 10 staan eenvoudige bewerkingen die bij uitstek geschikt zijn om luisteroefeningen mee te doen. Het gaat om vijf Engelstalige volksliedjes die zijn bewerkt voor vierstemmig gemengd koor. Deze arrangementen zijn strikt homofoon, dat wil zeggen dat de stemmen ritmisch gelijk opgaan. Juist in homofone zettingen is het voor de zangers eenvoudig om klank, volume, timing en intonatie onderling af te stemmen.

Hier is als voorbeeld een fragment van ‘Scarborough fair’:
In hoofdstuk 11 ten slotte staan dezelfde vijf volkliedjes, maar dan bewerkt voor gelijke stemmen, dat wil zeggen voor vrouwenkoor of voor mannenkoor.